Show notes
Ancus Marcius, de legendarische vierde koning van Rome, regeerde volgens de overlevering vierentwintig jaar, ongeveer tussen 640 en 616 v.Chr. Hij was de kleinzoon van de vrome Numa Pompilius: zijn moeder Pompilia was een dochter van Numa, wat hem een duidelijke Sabijnse afkomst gaf. Via zijn vader, Marcius – zoon van de eerste pontifex maximus Numa Marcius – was hij bovendien diep verankerd in de religieuze traditie van de vroege koningsperiode.
Ancus gold als een Romein uit de gens Marcia, een oude patricische familie die haar oorsprong tot in de tijd van Romulus terugvoerde. Zijn bijnaam Ancus zou etymologisch samenhangen met het Latijnse woord voor “gebogen” (verwant met Engels ankle en Duits Enkel, nederlands enkel), omdat hij volgens de overlevering een gebogen arm zou hebben gehad.
Over deze podcast
Een poging om de Romeinse geschiedenis in zijn geheel weer te geven, zowel met mijn eigen woorden, mijn eigen gedachten, en soms met een zekere spontaniteit afdwalend, maar om het geheel een lijn te geven, zal ik het originele werk van Leopold von Ranke gebruiken,...
Meer over deze podcast