Show notes
Al sinds mensenheugenis zijn er trekvogels in Nederland. De kanoet, de grutto en de lepelaar, om er maar een paar te noemen; ze horen evenveel bij Nederland als Rembrandt, kaas en klompen. Ze vliegen jaarlijks duizenden kilometers op en neer tussen Nederland en plekken zoals Senegal en Rusland.
Maar hoe weten die beestjes eigenlijk dat ze elke winter naar het zuiden moeten vliegen? En hoe kan het dat ze soms jaren achter elkaar precies op dezelfde datum weer terugkeren naar hun stek? Jarenlang werd gedacht dat het antwoord in hun genen lag, maar in de laatste tien jaar kwam een nieuw perspectief op, met meer aandacht voor de ecologie van trekvogels. De technologie verandert mee: met piepkleine, door zonnepaneeltjes aangedreven zenders houden vogelkundigen hun tochten jarenlang in de gaten.